De prestaties van een internetprovider zijn sterk afhankelijk van zijn routering. En dat is weer afhankelijk van partnerschappen en peeringovereenkomsten. In dit dossier onderzoeken we de routering van de Belgische ISP’s.
ÈInternetproviders heb je in zowat alle maten en gewichten. Kleintjes en beginnelingen zitten natuurlijk met een direct probleem. Om klanten te werven moet je goeie diensten aanbieden en daarbij horen ook snelle internetverbindingen. Snelle internetverbindingen krijg je alleen maar als je kunt linken met grote internationale providers die dan verder voor de ‘routing’ (dat is een Engels woord; het correcte Nederlands is ‘routering’) zorgen. Een koppeling met een grotere provider die voor jouw aanvoer moet zorgen noemt men een ‘uplink’; een koppeling met een evenwaardige provider – of althans een van hetzelfde niveau – heet een ‘peering’. Die peerings zijn belangrijk omdat ze de internationale verbindingen ontlasten. Een provider die geen of te weinig peeringovereenkomsten heeft afgesloten, zal via allerlei internationale verbindingen moeten werken. Je kunt dat merken als verbindingen met wat normaal redelijk locale sites zouden moeten zijn eerder langzaam blijken. In een tekstkader bij dit artikel kun je lezen hoe je het tracert-commado gebruikt om in Windows de routering naar een bepaalde site na te gaan. Als je bijvoorbeeld een Belgische site opgeeft en het spoor loopt zowat heel Europa of zelfs Amerika door voordat het bij die Belgische site terecht komt, heb je te maken met een provider die kennelijk onvoldoende peeringovereenkomsten heeft afgesloten. Dit verschijnsel zie je dan ook nogal eens bij beginnende providers. Voor de uplink zijn er enkele hele grote spelers op de wereldmarkt. Tegenwoordig spreekt men zelfs van globale ISP’s. In theorie hoef je maar een verbinding met een van die mannen te hebben en je bent gesteld: supersnelle verbindingen naar heel Amerika. In de praktijk kan dat wat tegenvallen. Sommige van die internationale ISP’s hebben betere verbindingen met bepaalde delen van Amerika dan met andere. Het is dus een kwestie van afwegen: welke routeringen wil je hebben en hoeveel ben je bereid daarvoor te betalen?
Structuur
De routering, de weg die een signaal volgt van oorsprong tot bestemming, is slechts één aspect van de hele internetstructuur. De capaciteit van die verbindingen speelt ook een rol. Soms kan een provider niet vrijelijk kiezen uit de mogelijke uplinks, bijvoorbeeld omdat hij deel uitmaakt van een groep en de groep beslist welke routering gevolgd wordt en welke peeringovereenkomsten er afgesloten worden. Een aspect dat vaak vergeten wordt maar pijnlijk duidelijk wordt als er systemen uitvallen, is betrouwbaarheid. Een provider kan om snelheid te winnen met meer uplinks dan hij nodig heeft overeenkomsten afsluiten, zodat hij altijd de snelste antwoordtijd kan garanderen. De provider zelf kan de betrouwbaarheid verhogen door gebruik te maken van redundantie: hierbij voorzie je meer communicatielijnen en apparatuur dan strikt nodig zodat je een uitwijkmogelijkheid hebt als er systemen in je eigen netwerk uitvallen.
Medewerking
Wij waren deze keer onaangenaam verrast door het gebrek aan medewerking vanwege de Belgische providers. Een vragenlijst om ons inzicht te verschaffen in de bedrijfs- en netwerkstructuur van de diverse providers werd aan zo’n vijftiental providers verstuurd, maar uiteindelijk vonden slechts vier het de moeite waard te antwoorden. Van die vier reacties bleek er één eigenlijk geen fatsoenlijk antwoord en dat laat er nog drie over die dan hierbij ook een pluim krijgen voor de puike reactie: Easynet, TiscaliNet en Yucom.
Belgacom.Net / Skynet
Belgacom is al heel lang bezig met telecommunicatie en heeft eigen transatlantische lijnen naar Amerika. Voor internet lag het dan ook voor de hand dat zij hun eigen internationale provider voor het grote verkeer zouden scheppen: BelBone. BelBone heeft eigen routers in Amerika staan en kan dus als een van de weinigen vrij onafhankelijk van de grote internationale spelers zijn gang gaan, behalve dan op peeringniveau en daar heeft BelBone wel degelijk gebruik van maakt. Ook in België en Europa zelf werden er peerings voorzien met de belangrijkste providers. BelBone gaat er dan ook prat op dat ze optimale verbindingen met Amerika hebben en ook op lokaal vlak snelle verbindingen hebben door peerings die de internationale verbindingen ontlasten en de responsetijd inkorten. Op onze vragenlijst kregen we een zeer kort antwoord terug dat alle informatie te vinden was in de peeringlijsten zoals die ingediend werden bij RIPE (www.ripe.net). Wij vonden die informatie niet direct terug en meldden dit, maar men vond het niet nodig ons verder te helpen of zelfs maar te reageren op onze e-mail. Na wat eigen speurwerk komen we tot de conclusie dat Belgacom op Europees vlak het vaakst gebruik schijnt te maken van het Deense Tele Danmark en voor Amerika graag met Exodus werkt.
Easynet
Het Belgische Easynet is een dochter van de Britse groep Easynet PLC (www.easynet.com). Ze werken naar eigen zeggen samen met Belgacom, Brutele, Codenet, Colt, Worldcom, WinStar en Telenet voor hun connectiviteit (local loop en backbone). Voor Clickx zijn we voornamelijk in Easynet geïnteresseerd omdat ze net zoals Skynet en Wanadoo ADSL (Turbo Line) aanbieden, alleen doen ze dat goedkoper. Easynet heeft een eigen ring bestaande uit STM1 lijnen (155 Mbit/s) plus back-up transit. Voor de peering binnen België maakt men gebruik van 34 Mbit/s verbindingen via BNIX. Europees maakt Easynet het vaakst gebruik van KPN-QWest en GIP (GIP = Global IP of Global One, conglomeraat van Deutsche Telekom, France Telecom en de Amerikaanse backbone Sprint) en naar Amerika gaat het via Teleglobe.
GoPlanet & Planet Internet
GoPlanet is de gratis dienst van Planet Internet, dat zijn betalende dienst graag ‘Premium’ noemt. Planet Internet wordt uitgebaat door KPN en dat is de Nederlandse nationale telecommaatschappij (KPN staat voor ‘Koninklijke P.T.T. Nederland’). KPN Belgium maakt uiteraard gebruik van de gebruikelijke peering via BNIX en voor internationale verbindingen van het netwerk van EUnet en van de Amerikaanse verdeler Eqip.
Online Internet
Ook Online Internet maakt gebruik van het netwerk van KPN Belgium, heeft een nationale peeringovereenkomst met BNIX en maakt voor de internationale verbindingen gebruik van EUnet en Eqip. Tegenwoordig hebben ze een partnerschap met Cable & Wireless, een Brits telecombedrijf.
Pandora (Telenet)
Supersnel internetten via uw televisiekabel. Helaas is dat nog lang niet overal mogelijk, maar je kunt wel al een modemabonnement nemen bij Pandora in afwachting. Wij vragen ons wel af waarom je dat zou willen als je bedenkt dat dat niet gratis en zelfs vrij prijzig is, terwijl je dan veel beter een gratis abonnement kunt nemen totdat er een kabelaansluiting in je streek mogelijk is. Daarvoor moet het telekabelnetwerk (waar 52.000 kilometer coaxkabel via 8.500 kilometer nieuwe glasvezelringen aan elkaar gelinkt zijn) wel worden opgewaardeerd zodat tweewegverkeer mogelijk is. Het duurt nog tot begin 2002 voor heel Vlaanderen op die manier aansluitbaar wordt, aldus Telenet. Oorspronkelijk werd Telenet gesticht door een financieel consortium, de GIMV, en gemengde en zuivere intercommunales. Maar liefst 55% van de aandelen wordt deze zomer verkocht aan het Amerikaanse bedrijf Callahan Associates. Telenet peert via BNIX en heeft internationaal overeenkomsten met ECS (Energis Carrier Services uit Zwitserland) en AlterNet (moeder van UUnet). AlterNet is een van de best presterende netwerken en dat verklaart mede het succes van Pandora in onze wekelijkse, maandelijkse en halfjaarlijkse ISP-testen.
TiscaliNet
Deze Italiaanse provider heeft de kleinere gratis providers FreeGates en FreeBel overgenomen. Tiscali België heeft hiermee 200.000 internetgebruikers en op Europees vlak 2,5 miljoen. Voor de peering binnen België maakt men gebruik van 34 Mbit/s-verbindingen met BNIX. Op internationaal vlak werkt Easynet met Carrier1 (Europese backbone met basis in Engeland), ISDNet en WordCom. Volgens onze eigen routeringsanalyse werkt men echter voor zowat alles in eerste instantie met LinkLine.
VT4.net / UUnet
VT4 is een televisiezender (dochter van het Zweedse SBS) die gratis internet aanbiedt via UUnet. UUnet is samen met EUnet een van de bekendste en oudste Belgische providers. UUnet is een onderdeel van WorldCom, net zoals de wereldbackbone AlterNet. Kortom: bakken ervaring, veel peeringovereenkomsten en een goeie internationale backbone. Meer moet dat niet zijn.
Wanadoo
Dit is de onlangs verzelfstandigde particuliere dienst van EuroNet Internet. EuroNet is een Zweedse provider die ook als Europese backbone fungeert, maar niemand van de andere providers gebruikt hen. EuroNet werkt samen met AlterNet (zeer beperkt), Mobistar en GlobalCenter. Volgens onze eigen ISP-testen is Wanadoo een van de traagste providers. Misschien moet EuroNet eens zijn routeringen herzien?
World Online
Ook World Online maakt gebruik van het BT-netwerk (Yucom is de andere provider die dat doet). Ze hebben niet zo lang geleden de particuliere klanten van UUnet, Village UUnet, overgenomen. Tot nader order blijven die klanten verderwerken met het netwerk van UUnet. Alle andere klanten werken via BT. Waar Yucom op Europees vlak met het Britse Concert werkt, doet World Online het met Nacamar (een Duitse provider die zich opwerkte tot Europese backbone) en GIP.
Yucom
De alliantie tussen de Belgische bank BBL en het Engelse nationale telefoonbedrijf BT (British Telecom) leidde tot de gratis provider Yucom. BBL en BT hebben elk 50% van de aandelen in Yucom in handen. BT is zelf een internationale provider en dus zal het je wel niet verwonderen dat Yucom volledig gebruik maakt van het BT-netwerk. De internationale connectiviteit gaat via BT over Concert (Britse verdeler die opgericht werd door AT&T en BT) en Carrier1. Belgische peering verloopt via BNIX en 34 Mbit/s verbindingen. BT Belgium heeft overigens een Fast Ethernet verbinding met BNIX.
De Belgische internetproviders hebben elk hun eigen keuzes gemaakt omtrent routering, uplinks en peerings, netwerkstructuur en -capaciteit. Hoe zich dat vertaalt in effectieve werksnelheid kun je week na week terugvinden in onze ISP Monitor en in de halfjaarlijkse grote ISP-testen die we doen. Ons wordt wel eens gevraagd of je je surfsnelheid niet kunt verbeteren door te spelen met verschillende gratis abonnementen, omdat je dan van de beste routeringen gebruik zou kunnen maken. Helaas gaat dat niet zomaar. Je zou namelijk voor ieder abonnement een aparte pc met eigen proxyserver en een eigen telefoonlijn en modem moeten klaarzetten. Dan nog een hoofdproxy die babbelt met de andere proxy’s. Jouw eigen surfpc werkt dan met die hoofdproxy. Elke website die je opgeeft wordt door de hoofdproxy aan de andere proxy’s gerelayeerd en het antwoord dat hem het eerst bereikt geeft hij door aan jou. Zo werk je altijd op de snelste manier, maar het kost natuurlijk een hoop geld aan apparatuur en telefoonkosten. De snelste manier om met maar één provider tegelijk te werken vind je in onze ISP-Monitor. Die wordt elke week op dinsdag gepubliceerd door het internetweekblad Clickx.



















